monk1
monk1a
monk1b
monk1b1
monk
item6
item4
item5
burolwd
item2

Ingang Fries Museum

Turfmarkt 11, 8911 KS Leeuwarden

Tel: 058 - 255 55 05

Open: di t/m zo van 11.00 - 17.00 uur

item8
item7
item9

William Monk

How to stop whining and start living

15 juli t/m 3 september 2006

De recente schilderijen van William Monk (Groot-Brittannië, 1977) zijn overwegend hallucinerende werken in contrasterende kleuren. Ze vertonen realistische elementen, maar zijn allesbehalve vensters op de werkelijkheid.

In de schilderijen van Monk valt geen terugkerend thema te vinden. Hij maakt met evenveel aandacht een voorstelling van een landschap als van een staande klok. Het vroege werk schreeuwde vanwege de felle verzadigde kleuren om de aandacht van de toeschouwer. Zag die er op een afstand nog een landschap of een cockpit in, vlakbij loste de voorstelling op in een geheel van kleuren en vormen. Monk overdondert de toeschouwer met een visueel aantrekkelijk oppervlak om hem vervolgens met de gefragmenteerde werkelijkheid achter te laten.

De recente schilderijen zijn in hun voorstelling even uitdagend als voorheen. Maar Monk maakt ze nu in serie. Van ‘The Institute’ - serie hangen er twee in Buro Leeuwarden. De basisvoorstelling is steeds hetzelfde: een gebouwencomplex bovenop een heuvel. Maar de schilderijen verschillen qua kleur en details. Evenals in het oudere werk gaat het hier uiteindelijk dus óók niet om de voorstelling alleen maar om iets anders. Monk streeft ernaar om de voorstelling te ontdoen van zijn meest kenmerkende eigenschap: het verwijzen naar de echte werkelijkheid.

Monk kiest als uitgangspunt voor zijn werk vaak afbeeldingen uit kranten en tijdschriften. Hij vervormt het beeld, plaatst figuren in een achtergrond, of laat die achtergrond steeds vervormen in een reeks schilderijen. Dat afstand nemen van de werkelijkheid wordt op allerlei manieren ingezet. Niet alleen in het beeld zelf maar ook in de titels. De titel van de tentoonstelling verwijst naar een werk dat Monk onlangs maakte: ‘How to stop whining and start living’. Dit werk is geschilderd in zwart-wit op de indexbladzijden van een wereldatlas. Hier zien we een groep deftig geklede burgers uit de 19de eeuw in een kring met op de achtergrond een groot aantal boortorens. Wat heeft het een met het ander te maken?

Het antwoord is te vinden in Monks opvatting van schilderkunst. Hij wil geen voorstellingen laten zien, maar pure schilderkunst. Monk verwijst onder anderen naar de Amerikaanse kunstenaar Jasper Johns die zich in de jaren vijftig van de vorige eeuw afzette tegen de overheersende positie van de abstracte kunst in zijn tijd. Johns koos algemeen bekende objecten zoals een vlag of een bierblikje voor zijn voorstellingen. Johns schilderde drie Amerikaanse vlaggen over elkaar heen, waarvan de maat steeds iets kleiner was. Door de herhaling van de vlag en de weergave in een ander medium tornde Johns aan de gangbare betekenis van de Amerikaanse vlag. De vlag was een vlag, maar ook weer niet. Door een beeld te herhalen lost de betekenis op, waardoor het de weg voor iedereen vrijmaakt erin te zien wat hij zelf wil.

Nu was Johns niet de eerste die iets met de Amerikaanse vlag deed, maar hij was wel degene die de opvattingen over de weergave van gewone voorwerpen en die over schilderkunst ter discussie stelde. Een ander voorbeeld hiervan is een werk met twee Ballantine bierblikjes beschilderd met bronsverf. Johns gaf de blikjes precies zo weer als ze er in werkelijkheid uit zagen, maar de betekenis van de blikjes was onzeker geworden. De vraag of het nu om een blikje gaat of om een kunstwerk is niet te beantwoorden. Het is dit oplossen van de voorstelling door de herhaling, dat Monk in zijn schilderijen gebruikt om de aandacht naar het schilderen zelf te leiden.

William Monk bezocht van 2004 tot 2006 de Ateliers in Amsterdam. In 2005 was hij één van de winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

 

TA

 

 

WAS WAS