molenaar
item6
item4
item5
burolwd
item2

Ingang Fries Museum

Turfmarkt 11, 8911 KS Leeuwarden

Tel: 058 - 255 55 05

Open: di t/m zo van 11.00 - 17.00 uur

item8
item7
item9

Jurriaan Molenaar

Odyssee 2000

18 september t/m 31 oktober 1999

In Buro Leeuwarden presenteerde Jurriaan Molenaar (1968) recente schilderijen uit de periode december 1998 tot augustus 1999. Het zijn serene schilderijen in wit gemengd met bruin en grijs, die doen denken aan landschappen. Maar het zijn geen landschappen zoals we ze in de werkelijkheid waarnemen. Molenaar laat ons in het ongewisse omtrent de meest wezenlijke kenmerken ervan, zoals de kleur, het perspectief, de lichtbron, de vorm van het landschap en de gebouwen. Zijn schilderijen roepen door hun vervreemdende aspecten onwillekeurig de vraag op: ‘Wat zie ik eigenlijk?’.

De belangrijkste elementen in zijn schilderijen zijn krommen, rechten, bouwvolumes en de verf zelf. De krommen en rechten doen denken aan wegen- en kanalenstelsels in een landschap. De bouwvolumes zijn ontdaan van kenmerkende aspecten zoals deuren, ramen en detailleringen. Zo ontstaan landschappen die teruggebracht zijn tot hun meest essentiële aspecten. Het perspectief is onduidelijk. Er is geen horizon, waardoor er geen onder of boven is vast te stellen. Het landschap is vastgelegd vanuit een punt erboven en vaak in een gedraaide hoek. Het lijkt nog het meest op het perspectief zoals we die uit computersi-mulaties kennen. Ook het kleurgebruik is niet wat het op het eerste gezicht lijkt. De landschappen zien er monochroom uit, maar omdat Molenaar een groot aantal variaties gebruikt binnen het scala van mogelijkheden in grijs en bruin, ontstaat er een grote diversiteit in kleur.

Het is niet alleen het scala aan kleurtinten waarmee hij zijn schilderijen zo gevarieerd maakt, maar ook de manier waarop hij de verf op het doek aanbrengt. Hij giet van tevoren afgeplakte vlakken vol met verf. Hierdoor ontstaan dikke, pasteuze lagen. Deze grenzen aan lagen die het doek, of de onderliggende verflagen, nog zichtbaar laten. Het resultaat is dat de huid van het doek dan eens fluweelzacht lijkt en dan weer heel grof. De raaklijnen tussen de dikke en de dunne lagen verf zijn haarscherp.

De tentoonstelling in Buro Leeuwarden heeft als titel ‘Odyssee 2000’. Het is een verwij-zing naar het verleden: Molenaars langdurige en moeizame zoektocht naar het verwerven van de schilderstechniek. Het bracht hem onder anderen langs een Russisch-orthodox klooster, waar hij het schilderen van iconen onder de knie probeerde te krijgen, maar waar hij vooral leerde zich te concentreren. In Amsterdam volgde hij de Rijksacademie. De titel wijst ook op het heden en de toekomst. Molenaar maakt gebruik van de technische mogelijkheden van vandaag. Regelmatig vliegt hij mee met sportvliegtuigjes om het landschap vanuit de lucht in zich op te nemen om het vervolgens als uitgangspunt voor zijn schilderijen te gebruiken. In het vervreemdende perspectief is de virtuele wereld uit de computer zichtbaar; de techniek die door stedebouwkundigen en architecten wordt gebruikt voor het landschap van morgen.

1994-1995 Rijksacademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam
1996 ‘De tien gebieden’, Galerie Art&Project, Slootdorp
1998 ‘Flight 44’ Galerie Tanya Rumpff, Haarlem
1998 Winnaar Wim Izaksprijs 1998, Hermen Molendijkstichting, Amersfoort
1999 ‘Collectie Altena-Boswinkel’, Stedelijk Museum, Schiedam
1999 ‘Odyssee 2000’, Buro Leeuwarden, Leeuwarden

 

TA

 

 

WAS WAS